• ma. aug 17th, 2026

Het Nieuws Maar Dan Anders,

Anders Hoor Je Het Niet!

Prof. Guus Berkhout, medeoprichter van Clintel

Ten slotte versterken instituties elkaar in een gesloten cirkel. Politiek formuleert klimaatdoelen, ministeries financieren onderzoek binnen die doelen, kennisinstellingen adviseren over de uitvoering en media presenteren hun bevindingen als wetenschappelijke consensus. De politiek beroept zich vervolgens op wetenschap en maatschappelijk draagvlak. Iedere partij kan oprecht zeggen slechts haar eigen rol te vervullen, terwijl het geheel nauwelijks nog ruimte laat voor de vraag of het oorspronkelijke doel en de gekozen route wel verstandig zijn.

Waarom iedere mislukking méér beleid oplevert

Een robuuste theorie moet in beginsel door de werkelijkheid kunnen worden weerlegd. Bij het klimaatbeleid gebeurt steeds vaker het tegenovergestelde. Tegenover ieder negatief resultaat staat een verklaring die het onderliggende kader intact laat.

Hoge energieprijzen komen dan niet door de kosten en complexiteit van de transitie, maar door onze resterende afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Netcongestie bewijst niet dat weersafhankelijke productie slecht aansluit op vraag en infrastructuur, maar dat te weinig in het net is geïnvesteerd. Vertrekkende industrie was onvoldoende toekomstbestendig. De weersafhankelijke productie van wind en zon zal later worden opgevangen door batterijen, waterstof, Europese verbindingen of technieken die nog moeten opschalen. Weerstand onder burgers is geen correctie op het beleid, maar het gevolg van desinformatie of onvoldoende uitleg.

Zo wordt iedere tegenvaller een argument voor versnelling. Het beleid kan moeilijk falen, omdat falen wordt gedefinieerd als een tekort aan beleid. Dat maakt het klimaatkader vrijwel immuun voor falsificatie.

Een actueel voorbeeld is Diederik Samsom, voormalig politicus en mede-architect van de Europese Green Deal. In de Volkskrant voert hij de recente natuurbranden in Zuid-Europa op als bewijs dat ‘Moeder Aarde’ ons tot meer klimaatactie probeert aan te zetten. Dramatische brandbeelden worden zo niet alleen een bevestiging van het bestaande wereldbeeld, maar ook een argument om het beleid verder op te voeren. De bredere Europese cijfers vertellen echter een ander verhaal: gegevens van het Global Wildfire Information System van Copernicus en NASA laten over langere perioden juist een dalende trend zien. Toch leidt dat niet tot heroverweging. Binnen de klimaatfuik bewijst ieder zichtbaar incident vooral dat er nog onvoldoende beleid is gevoerd.

De rekening is inmiddels nauwelijks nog abstract te noemen. In een Kamerdebat van 30 juni 2026 werd, onder verwijzing naar een doorkijk van de netbeheerders, een bedrag van maximaal 270 miljard euro genoemd voor de uitbreiding van het elektriciteitsnet tot 2040. De staatssecretaris bevestigde daarbij dat netkosten uiteindelijk via het omslagstelsel door gebruikers worden betaald. Gedeeld door de circa 8,4 miljoen Nederlandse huishoudens komt 270 miljard rekenkundig neer op ruim 32.000 euro per huishouden. Dat is niet hetzelfde als een eenmalige factuur van 32.000 euro – bedrijven dragen eveneens bij, bedragen worden over jaren uitgesmeerd en financiering en gebruik veranderen de verdeling – maar het maakt wel de orde van grootte zichtbaar. Juist bij zulke bedragen zou een open vergelijking tussen verschillende energiesystemen vanzelfsprekend moeten zijn.

Ook institutionele belangen spelen mee. Rond de energietransitie is een omvangrijk ecosysteem ontstaan van energiebedrijven, netbeheerders, consultants, ngo’s, subsidieadviseurs, universiteiten, ambtelijke afdelingen, ESG-professionals, banken en Europese fondsen. Hun inkomsten, budgetten en reputaties zijn verbonden met de voortzetting van de agenda. Dat betekent niet dat al deze mensen te kwader trouw handelen. Juist oprechte overtuiging en institutioneel eigenbelang kunnen elkaar krachtig versterken.

Daar komt een toenemende politieke ‘terugkeerdrempel’ bij. Na jaren van miljardenuitgaven, bindende doelen en morele veroordeling van critici, wordt erkenning van een verkeerde koers steeds kostbaarder. Bestuurders zouden moeten toegeven dat waarschuwingen over kosten, ruimtebeslag en betrouwbaarheid ten onrechte zijn genegeerd. Daarom kiest men liever voor technische aanpassingen, extra subsidies en verschoven deadlines dan voor een principiële heroverweging.

De gevaarlijke omkering

Hier ontstaat de grootste tegenstrijdigheid. De spectaculaire afname van de kwetsbaarheid voor extreem weer is vooral bereikt door welvaart, infrastructuur, technologie en betrouwbare energie. Verwarming en airconditioning beschermen tegen kou en hitte. Moderne landbouw, waterbeheer en transport beperken de gevolgen van droogte en overstromingen. Rijke samenlevingen kunnen stevige gebouwen neerzetten, dijken onderhouden en mensen tijdig evacueren.

Wanneer klimaatbeleid energie duurder en minder betrouwbaar maakt, industrie verzwakt en economische groei afremt, kan het juist de middelen aantasten waarmee mensen zich tegen klimaatrisico’s beschermen. Het beleid dat de samenleving weerbaarder zegt te maken, kan haar adaptatievermogen verminderen.

Dat is geen pleidooi om niets te doen. Het is een pleidooi om de prioriteiten om te keren. Een rationeel klimaat- en energiebeleid begint bij betaalbaarheid, beschikbaarheid en betrouwbaarheid. Het investeert in adaptatie waar concrete risico’s bestaan, laat ook kernenergie volwaardig meetellen en beoordeelt wind, zon, opslag en fossiele brandstoffen op hun bijdrage aan het totale energiesysteem – niet op hun afzonderlijke, theoretische CO2-score.

Uit de klimaatfuik

De hardnekkigheid van het klimaatbeleid hoeft niet te worden verklaard met een centraal complot. Het is een emergent systeem waarin morele overtuiging, groepsidentiteit, sociale status, carrièreprikkels, financiële belangen en institutionele zelfbevestiging dezelfde richting op werken. Daardoor kunnen intelligente en goedbedoelende mensen gezamenlijk een beleid voortzetten dat steeds moeilijker met zijn resultaten te verenigen is.

De uitweg begint daarom niet met nóg betere voorlichting van bovenaf. Zij begint met intellectuele bescheidenheid en werkelijk pluralisme. Laat verschillende wetenschappelijke hypothesen en energiescenario’s openlijk concurreren. Maak kosten, baten en onzekerheden zichtbaar. Geef ervaringskennis en de belangen van praktisch opgeleiden een volwaardige plaats. Beoordeel critici op hun argumenten in plaats van op labels en associaties. En durf vooraf vast te leggen welke resultaten aanleiding zouden zijn om beleid te wijzigen.


Source: https://clintel.nl/de-klimaatfuik/

.


Door Clintel

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *