Fig.1 Bron: Telegraaf
Angstporno noemde Marianne Zwagerman mediahype rond de huidige droge zomer. In mijn recente artikel over de lage waterafvoer van de Rijn liet ik zien dat ze in elk geval voor wat betreft de Rijn gelijk had. Maar Angstpornokoning Droogte heeft nog meer pijlen op zijn boog, zoals het bovenstaande krantenartikel van 20 juli j.l. laat zien. Dat zijn drinkwatertekort en droogteproblemen in de landbouw. In dit artikel richt ik me op het drinkwater.
Nederland heeft al jarenlang een reputatie als het gaat om de kwaliteit van het drinkwater. Er is op aarde (bijna) geen land te vinden dat het zo goed doet als Nederland. De tien drinkwaterbedrijven produceerden in 2025 ongeveer 1190 miljoen m³ schoon drinkwater. Dat ligt al enkele jaren rond dit getal, met lichte schommelingen door weer (droogte!), economie en bevolkingsgroei. In 2025 was het gemiddelde huishoudelijke verbruik ongeveer 120 liter per persoon per dag. Huishoudens nemen het grootste deel voor hun rekening (± 65-70%), de rest is zakelijk/industrieel gebruik.
Fig.2 Bron: VEWIN
De grafiek van figuur 2 laat zien dat het huidige drinkwatergebruik (=productie) al vanaf 1988 vrijwel constant is. Dat is opvallend, omdat in de periode 1988-2024 de bevolking fors groeide van 14,7 tot 18 miljoen mensen. Bovendien verdubbelde de industriële productie sinds 1988!
Fig.3 Bron: Drinkwaterplatform
Bovenstaand kaartje toont alle 221 drinkwaterwinningen, waarvan 187 grondwaterwinningen, 9 oppervlaktewaterwinningen, 9 oevergrondwaterwinningen en 11 infiltratiewinningen (incl. natuurlijk duinwater).
Van alle winningen is ~60% grondwaterwinning. Grondwater (diep gewonnen regenwater dat natuurlijk is gefilterd door de bodem is de belangrijkste bron, met name in hoog Nederland. Grondwater is van nature schoner en vraagt minder nazuivering dan oppervlaktewater.
Fig. 4 Bron: Amsterdamse Waterleidingduinen
Oppervlaktewater uit rivieren zoals de Rijn, Maas, grindgaten en het IJsselmeer) levert ~35% van al het drinkwater. Vooral in het westen waar zoet grondwater schaars is door zoutinvloed vanuit zee (brak grondwater) en bodemtype. Dit water vereist intensieve zuivering. In West Nederland wordt het oppervlaktewater vaak eerst gezuiverd door infiltratie in de duinen.
Fig.5 Bron: Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030
De luchtfoto hierboven toont de grootste drinkwaterwinning van Nederland, Berenplaat ten Z van Rotterdam. Het water van het spaarbekken wordt via buizen aangevoerd vanuit de Biesbosch, en ter plekke geschikt gemaakt voor drinkwater.
Fig.6 Bron: Drinkwaterplatform
Figuur 6 is een dwarsdoorsnede van de geologische ondergrond langs de lijn Noordwijk-Enschede. De rode lijn is de grens tussen zoet(boven) en brak grondwater (onder). In West-Nederland ligt de bovenzijde van het brakke grondwater nabij het oppervlak, de reden waarom het gebruik van grondwater als bron van drinkwater in West-Nederland niet voor de hand ligt. Dat is anders in het midden, zuiden en grote delen van oost-Nederland, waar het brakke grondwater tot soms meer dan 300m diep wegduikt. Daar is gebruik van diep grondwater mogelijk, dat van nature meestal zeer zuiver is.
Op de doorsnede is winning bij de stuwwallen met een wit rechthoekje aangegeven. Stuwwallen bestaan grotendeels uit grof zand dat uitstekend neerslagdoorlatend is, waardoor de diepere delen van de stuwwallen grote hoeveelheden schoon water bevatten. Het diepe grondwater in Oost- en Zuid-Nederland is vaak te vinden in aquifers tussen waterkerende klei-afzettingen, die zorgen voor een uitstekende waterkwaliteit.
Oevergrondwater, een mengvorm van grond- en oppervlaktewater, wordt gefilterd via de oever en levert ~5% van het totale drinkwater. Dit wintype vind je onder andere achter de dijken in het rivierengebied en is een overgangsvorm met natuurlijke zuivering.
Fig.7 Bron: Rivierverhalen
Figuur 7 is een blokdiagram van de waterwinning nabij Zwolle. De oudere putten halen drinkwater op ~50m diepte uit het eerste watervoerende pakket (oevergrondwater). Dat is de bovenste laag die gevoed wordt door de neerslag en het infiltrerende rivierwater van de IJssel. Dat eerste watervoerende pakket is gevoelig voor verontreinigingen van bovenaf.
Bij de nieuwe diepere winputten wordt drinkwater gehaald uit het tweede watervoerende pakket op ~160m diepte (diep grondwater). Die laag wordt gescheiden van het eerste watervoerende pakket door een kleilaag die vrijwel ondoorlatend is. De waterkwaliteit van die tweede aquifer is daardoor veel minder vatbaar is voor schadelijke invloeden van bovenaf.
Tekorten
Het is opvallend dat berichten over (toekomstige) tekorten bij de levering van drinkwater vooral naar buiten komen in perioden met langdurige droogte. Immers, het overgrote deel van de drinkwatervoorziening in ons land is niet afhankelijk van ondiep grondwater of rivierwater. Wel neemt het gebruik van water in een droge en warme periode toe.
Dat er dan hier en daar problemen ontstaan bij de levering van drinkwater is logisch. Figuur 2 liet zien dat de levering al sinds 1988 gelijk gebleven is, terwijl de bevolking in de dezelfde periode met 3,7 miljoen mensen is toegenomen en de industriële productie verdubbeld is. Het kan niet anders dan dat vier decennia zonder grootschalige uitbreiding van de drinkwaterproductie de drinkwatersituatie in Nederland op droge momenten hier en daar nijpend maakt.
De hoeveelheid water die per jaar mag worden geproduceerd is per waterwinning vastgelegd in vergunningen en die maxima worden vrijwel overal benut. Het probleem is dat waterleidingbedrijven moeite hebben bij het uitbreiden van vergunningen voor grondwateronttrekking die nodig is vanwege de groeiende vraag naar drinkwater.
Volgens koepelorganisatie Vewin hebben alle tien Nederlandse drinkwaterbedrijven extra productiecapaciteit nodig vóór 2030. In totaal gaat het om ruim 100 miljoen m³ extra per jaar. In 2025 is slechts zo’n 18-19 miljoen m³ extra gerealiseerd. De drinkwatersector wijst vooral op trage vergunningprocedures bij provincies. Procedures duren soms jaren, en nieuwe winningslocaties (of uitbreidingen) botsen vaak met belangen van andere ruimtegebruikers zoals boeren (beregening), natuur (verdrogingsrisico’s), woningbouw en andere gebruikers.
Het probleem is echter niet alléén de sterke bureaucratie. Nieuwe of uitgebreide grondwaterwinningen claimen ruimte die in Nederland schaars is en hebben effecten op de bredere waterhuishouding. Dit leidt tot bezwaren en juridische procedure. Er is een Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030 met regionale plannen, maar de voortgang is beperkt.
Veenendaal, een case study
Fig.8 Bron: Provincie Utrecht
Figuur 8 toont het waterwingebied (het perceel waar de winputten liggen) en de grens van de boringvrije zone in Veenendaal. In 1971 gebruikte ik de maanden voordat ik mijn militaire dienstplicht moest vervullen met een baantje als assistent boormeester bij het slaan van een nieuwe drinkwaterput op deze plek.
In vier maanden tijd lukte het ons om een nieuwe put te slaan met een lengte van meer dan 100 meter. Daartoe werden stalen buissegmenten met een doorsnede van 60cm hydraulisch de grond in gedreven, terwijl tegelijk de grond in de buis met behulp van een puls werd verwijderd. Daarna lieten we de permanente RVS buis met filter in de grote buis zakken en werd de dikke buis verwijderd.
Fig.9 Naar: Provincie Utrecht
Fig.10 Naar: Provincie Utrecht
Bovenstaande twee figuren zijn hydrogeologische dwarsdoorsnedes van de winningslocatie Veenendaal en omgeving volgens de N-Z lijn (figuur 9) en O-W lijn (figuur 10). De filter van de weergegeven winput reikt tot in het tweede watervoerende pakket. Dit diepe grondwater is aan boven- en onderzijde afgesloten door een waterkerende kleilaag. Een dunnere kleilaag plus de keileemafzetting sluit het eerste watervoerende pakket aan de bovenzijde af.
De dunnere kleilaag die op de doorsnedes direct onder de keileem (Formatie van Drente) en de stuwwal van Veenendaal/de Gelderse Vallei is weergegeven, betreft het zogenaamde ‘Drente Klei’. Hoewel de laag relatief dun is (vaak variërend van enkele decimeters tot enkele meters), is de klei zeer compact en heeft een zeer lage doorlatendheid. Onder de Gelderse Vallei fungeert deze kleilaag als een afsluitend dak boven het eerste watervoerende pakket. Het grondwater dat vanaf de Utrechtse Heuvelrug de diepte in stroomt, komt onder deze kleilaag klem te zitten. Dit veroorzaakt een sterke opwaartse druk (artesische druk of sterke kwel) in het Binnenveld en rond Veenendaal zodra de laag ergens ontbreekt of doorboord wordt.
De geologische opbouw van de ondergrond zorgt ervoor dat de tweede aquifer gevrijwaard blijft van verontreinigingen van bovenaf, een grondwaterbeschermingsgebied is daarom niet nodig. Wel is op figuur 7 de ‘boringsvrije zone’ weergegeven die boringen dieper dan 30m verbiedt. Op die diepte (NAP) ligt de Drente Klei die het eerste watervoerende pakket beschermt.
Fig.11 Bron: Provincie Utrecht
In de vergunning van het waterwingebied Veenendaal is de maximum jaarlijkse hoeveelheid geproduceerd ruwwater vastgelegd op 3 miljoen m3. Figuur 11 laat zien dat die grens veertig jaar geleden al bereikt werd, in 1986. Die vergunde grenswaarde stamt uit 1992 vertelt de provincie me. Vanaf dat moment schommelt de hoeveelheid opgepompt water netjes rond de 3 miljoen m3/jaar.
Het verloop van de grafiek doet vermoeden dat Vitens, de waterleverancier, best wel wat meer water zou willen oppompen dan de vergunning verleent. Stel dat Vitens de jaarlijkse capaciteit in Veenendaal wil verhogen van 3 naar 4 miljoen m3, welke hydrologische bezwaren zouden daar dan aan kunnen kleven? Wetende dat de winning plaatsvindt in de tweede aquifer die van boven beschermd is door 2 kleilagen zou men denken : geen. Maar die scheidend kleilagen vormen geen perfect scheiding, er treedt altijd enige verticale stroming plaats,
Fig.12 Bron: Rapport Haskoning Gelderland 2019
Figuur 12 geeft het effect weer op de stijghoogte van eerste en tweede watervoerende pakket en grondwaterhoogte als er water gewonnen wordt in de tweede aquifer. De stijghoogte van een aquifer is de hoogte waarop het grondwater in een peilbuis of put vanzelf komt te staan door de aanwezige waterdruk. Het bepaalt de richting van een verticale grondwaterstroming van het ene naar het andere grondwaterpakket.
De waterwinning in figuur 12 zorgt voor een aanzienlijke stijghoogtedaling van de tweede aquifer. Doordat er nooit sprake is van een volledige scheiding tussen twee aquifers zorgt de waterwinning daardoor in de eerste aquifer een (kleinere) daling in de eerste aquifer. De invloed op de hoogte van het freatische waterpakket is in deze tekening nagenoeg nul.
Natte natuurgebieden
Fig.13 Bron: Google Maps
Het Gebiedsdossier Veenendaal spreekt van een tweetal natuurgebieden die mogelijk beïnvloed kunnen worden door de waterwinning aan de Kanaalweg:
“De winning Veenendaal ligt nabij twee gebieden op de TOP-lijst verdroging: ’t Meeuwenkampje en Hel/ Blauwe hel (dit laatste gebied is tevens N2000). Uit berekeningen van de Provincie Utrecht (Haskoning, 2009) is gebleken dat de winning invloed heeft op de grondwaterstanden in beide gebieden. Dit kan in de toekomst mogelijk leiden tot een beperking van de winning ten behoeve van verdrogingsgevoelige natuur.”
De twee genoemde natuurgebieden zij beschreven in het rapport ‘Evaluatie Verdroging 2020’ van de provincie Utrecht. Op de kaart van figuur 13 is de ligging van beide natuurgebieden ten opzichte van het waterwingebied weergegeven. Meeuwenkampje ligt 2,7 km ten N van het waterwingebied, Hel/Blauwe Hel op 2,4 km ten ZO van het waterwingebied.
Natuurgebied Hel/Blauwe Hel
Fig.14 Bron: Dinoloket
Zoals we in figuur 9 al zagen wordt drinkwater gewonnen uit de tweede aquifer, die aan de bovenzijde is afgesloten door een aantal kleilagen. De bovenste laag, keileem (glaciale klei uit Formatie van Drente), ligt op ongeveer -30m beneden het maaiveld en is ~ 150.000 jaar geleden gevormd. De kleilaag vlak boven de tweede aquifer is de derde kleilaag van de Formatie van Waalre en is een fluviatiele afzetting op grens Plioceen-Pleistoceen ( ~2,5 miljoen jaar geleden). Die kleilaag ligt op 80-90m diepte.
Figuur 14 is een hydrogeologische doorsnede op de westgrens van het natuurgebied Hel/Blauwe Hel. De keileem ligt hier op ongeveer delfde diepte als in het winningsgebied aan de Kanaalweg. Op ongeveer 1m diepte ligt in het dekzand een kleiige waterkerende laag van ongeveer 2m dik. Onderin het profiel ontbreekt de de derde kleilaag van de Formatie van Waalre, maar die kan net buiten de ondergrens van het profiel (100m) liggen.
Fig. 15 Bron: Dinoloket
Op 1 km ten ONO van het natuurgebied, langs de Meentdijk, is de derde kleilaag van de Formatie van Waalre wel aangeboord, op 87,5 m diepte. Op geringe afstand hiervan liggen nog twee boorputten die deze derde kleilaag ook laten zien, zij het op opvallend verschillende diepten. Het is aannemelijk dat genoemde kleilaag nabij het natuurgebied iets dieper ligt dan 100m en daardoor op deze doorsnede niet zichtbaar is. Conclusie: het diepe grondwater op -80 tot -161m NAP waaruit het pompstation Veenendaal zijn water haalt is op deze plek door meerdere kleilagen geïsoleerd is van het grondwater dat in De Hel dagzoomt.
Natuurgebied Meeuwenkampje
Heel anders is de hydrogeologische situatie nabij het natuurgebied Meeuwenkampje. Dit gebied ligt net ten NW van Veenendaal, langs de spoorlijn en nabij de Emminkhuizerberg, een stuwwal.
Twee boringen zijn verricht nabij het gebied, een ~800m ten W ervan (Emminkhuizen) en de andere ~800m ten O ervan (Batterijen).
Fig.16 Bron: Dinoloket
Op bovenstaande doorsnede is duidelijk te zien dat deze boring aan de rand van de stuwwal Emminkhuizerberg heeft plaatsgevonden. Nauwelijks 2km naar het O, aan de andere kant van het natuurgebiedje, ziet het profiel er heel anders uit:
Fig.17 Bron: Dinoloket
De stuwwal is in deze boring afwezig, en de keileem ligt ruim 35m beneden het maaiveld.
Fig.18 Bron: Geopark Heuvelrug
Het kaartje van figuur 18 toont het glaciale bekken van de Gelderse Vallei tussen de stuwwallen van de Utrechtse Heuvelrug en Wageningen-Ede en de Veluwe (naar Maarleveld, 1981, bewerkt door Van der Wateren, 1985). Met rood heb ik de stuwwallen van de Emminkhuizerberg en de hoge Markt in Veenendaal weergegeven. De zwarte lijnen geven de diepte ten opzichte van NAP van het glaciale bekken weer ten tijde van de stuwwalvorming. De door het gletsjerijs achtergelaten keileemlaag bevindt zich in de Gelderse Vallei tegenwoordig gemiddeld op een diepte van 40 meter beneden NAP, nabij Veenendaal ongeveer op 25m beneden NAP.
De Emminkhuizerberg behoort tot stuwwalfase B, opgestuwd dus ná de vorming van de Utrechtse Heuvelrug. Dat kan de hoogteligging van het keileem in de hydrogeologische doorsnede van Emminkhuizen verklaren. De Emminkhuizerberg topt op +21,8m NAP. De maaiveldhoogte nabij boring Emminkhuizen is +10m NAP, bovenzijde van het keileem aldaar ligt op +9,5m NAP . Twee kilometer naar het O bij boring De Batterijen ligt de bovenzijde van het keileempakket op ruim 34m beneden het maaiveld. Dat is ruim +28m NAP. Dat hoogteverschil is waarschijnlijk ontstaan door opstuwing in stuwwalfase B. Het grondwater dat hier in het Meeuwenkampje opkwelt is afkomstig van de aquifer bóven de keileem. Dat kwelwater is goed geïsoleerd van de aquifer op -80 tot -161m NAP waaruit Veenendaal het drinkwater oppompt.
De vraag naar meer drinkwater is urgent, en wordt zichtbaarder in langdurige droge periodes. In Veenendaal is de maximale productie 3 miljoen m3/jaar. Dat maximum werd al in 1988 bereikt. Voor zover ik het heb kunnen nagaan levert uitbreiding van de vergunning tot bijvoorbeeld 4 miljoen m3/jaar geen probleem op voor de natte natuurgebieden in de omgeving. Uit berekeningen van de Provincie Utrecht (Haskoning, 2009) zou echter gebleken zijn dat de winning invloed heeft op de grondwaterstanden in beide natte natuurgebieden. Ik waag dat te betwijfelen.
Fig.19 Bron: Topotijdreis
Bovendien: het Natura2000 gebied De Hel/Blauwe Hel is sinds enkele decennia vrijwel geheel omsloten door stadsuitbreiding van Veenendaal (figuur 19). Zou men werkelijk beïnvloeding van het water(-peil) in het natuurgebied hebben willen voorkomen dan zou die stadsuitbreiding (tot de grens van het natuurgebied!) natuurlijk nooit doorgang hebben kunnen vinden.
Meer drinkwater
Fig.20 Bron: RIVM
De tabel van figuur 20 komt uit het RIVM rapport “Waterbeschikbaarheid voor de bereiding van drinkwater tot 2030 – knelpunten en oplossingsrichtingen” (2023).
Fig. 21 Bron: RIVM
Voor het jaar 2030 wordt bij drie drinkwaterbedrijven een tekort voorzien, namelijk Waterbedrijf Groningen, Vitens en Dunea. Hun operationele reserve is negatief (rood gekleurd). De drie bedrijven produceren samen voor ongeveer de helft van Nederland drinkwater. Drie andere bedrijven (Brabant Water, WML en PWN) hebben weliswaar een positieve operationele reserve, maar die is kleiner dan 5%. Geen wonder dat de waterleidingbedrijven al een aantal jaren de noodklok luiden.
Opvallend in de tabel van figuur 20 is dat van de 10 waterwinbedrijven er 7 door convenanten hun Vergunningsruimte niet geheel kunnen gebruiken (rood gekleurd). Een convenant bevat bindende afspraken tussen de vergunningverlener (provincie), het drinkwaterbedrijf en andere betrokken partijen zoals natuurorganisaties, die de netto beschikbare vergunningsruimte inperken, vaak ten behoeve van ‘natuurherstel’. Het wordt ook wel de “duurzaam inzetbare winvergunning” genoemd.
De totale vergunningsruimte in Nederland in 2020 was 1540 miljoen m3. Door convenanten werd die vergunningsruimte beperkt tot 1435 miljoen m3. Dat betekent dus dat die convenanten ervoor zorgen dat de waterleidingbedrijven ~100 miljoen m3 drinkwater niet kunnen benutten. De totale reserve in 2030 (figuur 20) wordt geschat op +7,55 miljoen m3. Zou men de totale vergunningsruimte kunnen benutten dan zou de reserve stijgen tot meer dan 100 miljoen m3. Daarmee zouden de tekorten in één klap opgelost zijn. Maar zelfs als men de convenantkorting tot 50% weet te beperken is dat een oplossing voor de komende jaren.
Andijk
Fig.20 Bron: Baseline Report
Tijdens de langere droogteperiodes is het begrijpelijk dat met name de bedrijven die afhankelijk zijn van oppervlaktewaterwinning langs rivieren het moeilijk hebben. Dat geldt echter niet voor de inname van oppervlaktewater in het IJsselmeer.
Nabij Andijk wordt jaarlijks grofweg 75–85 miljoen m³ water uit het IJsselmeer ingenomen/gepompt voor de drinkwatervoorziening (voorgezuiverd + direct drinkwater). Het ingenomen water wordt langs twee routes verwerkt. De ene is via Waterwinstation Prinses Juliana (WPJ / voorzuivering): circa 50 miljoen m³/jaar voorgezuiverd water. Dit gaat via het WRK-systeem verder naar duininfiltratie en hyperfiltraatproductie (o.a. Heemskerk). De andere route is via Pompstation / drinkwaterproductiebedrijf Andijk met directe zuivering): 25–30 miljoen m³/jaar drinkwater.
De vergunningscapaciteit in Andijk is veel hoger dan de inname: tot ca. 44 miljoen m³/jaar voor directe productie in Andijk en tot ca. 126 miljoen m³/jaar voor WPJ (bij volledige benutting). De werkelijke onttrekking lag in de periode 2015–2019 gemiddeld lager (rond 56 miljoen m³ voor WPJ-gerelateerd + directe Andijk). Dat betekent dat de ruimte binnen de vergunningen het mogelijk maakt dat de drinkwaterproductie via Andijk kan verdubbelen.
Grondwater
Fig.21 Bron: Deltares
“De kaart van figuur 21 toont de ligging van de drinkwaterwinningen uit grondwater in Nederland en de herkomst van het opgepompte water in de vorm van stroombanen. De stroombanen zijn routes die waterdeeltjes afleggen door de ondergrond. De kleur van de stroombanen geeft de reistijd aan. (Atlas Natuurlijk Kapitaal).
Circa 60% van het drinkwater in Nederland wordt bereid uit grondwater. Het overige drinkwater wordt bereid uit oppervlaktewater. De keuze voor grond- of oppervlaktewater als bron voor drinkwater wordt veelal bepaald door de beschikbaarheid en de kwaliteit van het grondwater in de betreffende regio. Grondwater wordt beschouwd als aantrekkelijke bron voor drinkwater omdat het constant is van kwaliteit en minder dan oppervlaktewater is beïnvloed door menselijk handelen. Voor de bereiding van drinkwater uit grondwater volstaat veelal een eenvoudige zuivering, bestaande uit beluchting en zogenoemde snelfiltratie middels zandbedden.
De Nederlandse drinkwaterbedrijven produceren jaarlijks ongeveer 1200 miljoen kubieke meter drinkwater. Ongeveer 25% van dit volume wordt geproduceerd uit grondwater dat wordt gewonnen uit freatische (ondiepe) grondwaterwinningen. Deze grondwaterwinningen, ongeveer 100 stuks, zijn vaak gevoelig voor invloeden van bovenaf.
De rest, ongeveer 90, pompt diep grondwater op. “Diep grondwater” verwijst in deze context doorgaans naar de niet-freatische winningen onder een afsluitende laag (meestal klei) zoals in Veenendaal. De winning van diep grondwater kent een paar voordelen ten opzichte van freatisch grondwater. Zo kunnen activiteiten aan het maaiveld niet of nauwelijks doorwerken op de kwaliteit van het opgepompte grondwater. Bovendien zorgt het feit dat diep grondwater opgesloten zit tussen afsluitende lagen ervoor dat de winning niet of nauwelijks van invloed is op het grondwaterpeil in de freatische zone. Zie figuur 12. Aantrekkelijk voor het uitbreiden van bestaande winningen.
Conclusies
Het ‘feitelijk drinkwatertekort’ waar de media de laatste tijd over berichten is een probleem waar drinkwaterbedrijven al jaren over klagen. Figuur 2 toont dat er vanaf 1988 geen extra drinkwater is geproduceerd, terwijl er vanaf 1988 meer dan 3 miljoen inwoners bijkwamen en de industriële productie verdubbelde. Dat kan alleen maar omdat burgers en bedrijven zuiniger zijn geworden.
Ja, het kan allemaal nog een tandje zuiniger, maar de drinkwaterbedrijven weten dat het echt tijd is voor het opschalen van de waterproductie. Dat gaat echter te langzaam. Natuurlijk is ons land overvol met heel veel watergebruikers in een relatief klein gebied. Maar het echte probleem zit hem in de vergunningverlening.
Het RIVM schrijft in het rapport “Waterbeschikbaarheid voor de bereiding van drinkwater tot 2030 – knelpunten en oplossingsrichtingen”:
“Een knelpunt is dat drinkwaterbedrijven nu al vaak de hele hoeveelheid oppervlakte- of grondwater gebruiken waarvoor ze een vergunning hebben. Ze hebben daardoor niet genoeg reserves. Ook kan door recentere afspraken met de overheid om de natuur te beschermen, vaak niet de hele hoeveelheid water worden gebruikt die in oudere vergunningen was toegestaan.”
Dat eerste is niet juist. Ik liet in de tabel van figuur 20 zien dat in 2020 van de 10 drinkwaterbedrijven er 7 niet de volledige vergunning kunnen gebruiken vanwege convenantafspraken met provincie en natuurorganisaties. Die convenantafspraken verminderen de Operationele Reserve met maar liefst 100 miljoen m3. Die 100 miljoen m3 water zou in een klap de drinkwaterschaarste voor jaren oplossen.
Het RIVM spreekt van ‘oudere vergunningen’, maar het betreft gewoon vigerende vergunningen, dus vergunningen die gewoon van kracht zijn. Die convenantafspraken gaan buiten de vergunning om en omzeilen daarmee inspraak van burgers en bedrijven. Dat lijkt me zeer ongewenst.
In feite zien we hier vergelijkbare invloed van Natura2000 verplichtingen op de drinkwaterproductie die we ook al kennen van de ‘stikstofproblematiek’. Voldoende drinkwater is mijns inziens van veel groter maatschappelijk belang dan bijvoorbeeld het voorkomen van mogelijke verdroging van een aantal ha blauwgrasland.
De case study over de Veenendaalse waterwinning laat zien dat de jaarlijkse winning de vergunde hoeveelheid van 3 miljoen m3 sinds 1992 helemaal gebruikt en dat terwijl het aantal drinkwatergebruikers in Veenendaal sinds 1992 fors is toegenomen. Het Gebiedsdossier Veenendaal spreekt van een tweetal natuurgebieden die mogelijk beïnvloed kunnen worden door de waterwinning aan de Kanaalweg:
“De winning Veenendaal ligt nabij twee gebieden op de TOP-lijst verdroging: ’t Meeuwenkampje en Hel/ Blauwe hel (dit laatste gebied is tevens N2000). Uit berekeningen van de Provincie Utrecht (Haskoning, 2009) is gebleken dat de winning invloed heeft op de grondwaterstanden in beide gebieden. Dit kan in de toekomst mogelijk leiden tot een beperking van de winning ten behoeve van verdrogingsgevoelige natuur.”
Dat laatste hangt als een Zwaard van Damocles boven de Veenendaalse vergunning. Ik begrijp hieruit dat uitbreiding van de vergunning zeker niet mogelijk is. Integendeel: misschien komt er wel een convenant dat winning beperkt. Maar zolang ik die ‘berekeningen’ niet heb gezien ga ik uit van mijn eigen interpretatie van de hydrogeologische situatie. Er kan nog wel een put bij meen ik.
Source: https://clintel.nl/drinkwatertekort-nederland-vergunningen/
.























