Opnieuw een column van Johan Sanctorum, de Belgische duizendpoot. Geboren in Oostende (1954) studeerde hij filosofie en kunstgeschiedenis in Nederland én België, aan de Vrije Universiteit Brussel en die van Amsterdam. Daarna werd hij hoofdredacteur, uitgever én drukker van het filosofisch tijdschrift ‘O’. Hij had allerlei omzwervingen als docent filosofie, theaterintendant en cultuurvorser en is overtuigd republikein, vrijdenker en vertoont daar regelmatig libertair-anarchistische trekjes.
Hij is ook onafhankelijk publicist, blogger en criticus en schreef diverse boeken en artikelen en gelooft in de kritische rede, autonomie, bewustwording, de positie van de outsider. Daarin zoekt hij de tegenspraak, het conflict, de paradox, de ongerijmdheid, onder het motto ‘WRIJVING ZORGT VOOR GLANS’.. Vanuit dat laatste perspectief, plaatsen we hieronder zijn recente artikel over de enorme mentale druk die is komen te liggen bij onze jeugdige medemensen. Lees het perspectief van een Belg op de situatie en de handelwijze van zijn Nooderburen, die ‘zelfingenomen’ Nederlanders..! Een cynische blik van buiten op ons kikkerlandje..
* * *

*
Hoe Gods horloge op hol sloeg…
2026 © Johan Sanctorum | deze versie WantToKnow.nl/be
*

Onlangs heb ik nog eens Knokkw-De Haan bezocht, in mijn ogen met voorsprong de sympathiekste van alle Belgische kustgemeenten. Niet in het minst omdat Albert Einstein en James Ensor elkaar daar hebben ontmoet. Om precies te zijn op 2 augustus 1933, zo’n 93 jaar geleden. De plaats van afspraak was het restaurant ‘Au Coeur Volant’. Getuigen dachten dat beide genieën zich in een verheven gesprek over de zin van het leven en de raadsels van de kosmos gingen storten, maar niets daarvan.
De beide heren hielden zich naar verluidt vooral bezig met het tappen van moppen, port drinken en flirten met de serveerster. Albert Einstein zou op een zeker moment tegen Ensor gezegd hebben: ‘Ik begrijp uw kleuren niet.’Daarop zou de kunstenaar hebben geantwoord: ‘En ik begrijp uw wiskunde niet.’En schenk ze nog eens vol, Germaintje.
Alvast begrepen beide heren dat men de hogere regionen soms maar beter kan vermijden. Het werd nog een aangename namiddag. Een van de vaste discussiethema’s rond de fascinerende figuur van Einstein was en is de vraag of de man in zoiets als God geloofde; gezien zijn Joodse achtergrond een pertinente vraag. Neen, een God die vanuit de hemelen op ons neerkijkt en in ons dagelijkse leven ingrijpt, iemand waarvoor we dagelijks moeten bidden, dat vond hij een kinderachtig denkbeeld.
In een vaak geciteerde brief uit 1954, gericht aan de filosoof Eric Gutkind, beschrijft hij de Bijbel als een collectie van sprookjes, iets om voor te lezen bij het slapengaan… De brief ging in 2018 bij Christie’s van de hand voor US$ 3 miljoen dollar..!
Voor Einstein waren de natuurwetten teveel van schoonheid vervuld en té volmaakt, om niet te geloven in een overstijgende kosmische intelligentie
Van atheïsten moest hij anderzijds niets hebben: voor hem waren de natuurwetten te schoon en te volmaakt om niet te geloven in een kosmische intelligentie. Hij leunt daarbij aan bij het deïsme van de verlichtingsfilosofen, waarbij (de eveneens Joodse) Baruch Spinoza als grondlegger wordt gezien: ‘God is in de natuur aanwezig, in elke wiskundige formule, in elke wet. Hij is de ‘Dieu Horloger’ die het kosmische uurwerk heeft ontworpen en in gang heeft gezet. En dan met pensioen is gegaan.’
Einstein zag zijn relativiteitstheorie als een uitbreiding van het door Isaac Newton geformuleerde kosmische raderwerk, met de tijd zelf als vierde dimensie. Zijn grote ambitie was om uiteindelijk die ene natuurkundige formule te vinden waarvan alle andere konden worden afgeleid. Waarmee als het ware de goddelijke handtekening van een perfect logische en harmonieuze orde kon bevestigd worden.
Het monotheïsme, de wet van Mozes, zou via de wetenschap daarmee een nieuwe, wiskundige openbaring krijgen. Met het licht, dat zo’n belangrijke rol speelt in de Joodse gnostiek, als spil van de wonderbaarlijke formule E=mc².
Wolk van mogelijkheden
Maar het draaide anders uit. In 1905 ontdekte Einstein het foto-elektrische effect (dat onder meer wordt toegepast in onze hedendaagse zonnepanelen): licht is een golf waarop deeltjes ‘surfen’, de zogenaamde ‘fotonen’.
Daarmee opende hij een doos van Pandora die hij niet meer dicht zou krijgen: onder impuls van de Deense fysicus Niels Bohr ontwikkelde zich de kwantumfysica tot een wetenschap die alle begrippen van zekerheid en voorspelbaarheid zou tarten. Een elektron draait niet braafjes rond een atoom zoals we op school leren. Neen, het bestaat uit een ‘wolk’ van waarschijnlijke posities waarvan er eentje pas ‘reëel’ wordt als je ernaar kijkt. Van oorzakelijkheid — de hoeksteen van de klassieke wetenschap — is geen sprake meer.
De kwantumfysica zet niet alleen alle zekerheden op losse schroeven, maar beschrijft ook een wereld van deeltjes die ons idee van de werkelijkheid totaal overhoop haalt
Het wordt nog gekker als deeltjes met een grote onderlinge afstand als een tweeling ’telepathisch’ blijken te communiceren zonder dat daar ook maar ergens een medium van te bespeuren valt. Een theorie zegt zelfs dat er maar één elektron bestaat, dat zich dupliceert in talloze spiegelbeelden. De kwantumfysica zet niet alleen alle zekerheden op losse schroeven, maar beschrijft ook een wereld van deeltjes die ons idee van de werkelijkheid totaal overhoop haalt.

Voor Einstein waren dit verhalen uit een spookhuis, om niet te zeggen regelrechte pseudowetenschap. In debatten en publicaties deed hij ze af als gebakken lucht, er vast van overtuigd dat er ooit een wet zou gevonden worden die de schijnbare toevalligheden zou uitklaren. Ondertussen is gebleken dat Niels Bohr en Werner Heisenberg het bij het rechte eind hadden: de kwantumcomputers zijn een feit, maar Einstein bleef tot het einde van zijn dagen volhouden dat ‘God niet met dobbelstenen speelt’.
‘Dark web’
De uitspraak lijkt achteraf bekeken de laatste stuiptrekking van de God-klokkenmaker, iets wat Friedrich Nietzsche al had voorspeld met de welbekende slagzin ‘God is dood’ (‘Die fröhliche Wissenschaft’). De handtekening van de Schepper blijkt een klungelige menselijke vervalsing. Er is geen maker, geen maakbaarheid, enkel een soort vloeibare realiteit van mogelijkheden.
Als er geen grote grondwet is die over de kosmos regeert, hebben wij als ‘deeltjes’ misschien ook wel een grotere vrijheid dan we zelf geloven
Op een of andere manier schept dat moed. Als er geen grote grondwet is die over de kosmos regeert, hebben wij als ‘deeltjes’ misschien ook wel een grotere vrijheid dan we zelf geloven. De politieke filosofie die uit de kwantummechanica te destilleren valt, is libertarisch en zet aan tot een schaduwspel met de macht.

Terwijl ‘Big Brother’ en de ‘big tech’ het veld monitoren, worden de bewegingen wazig en bijna ontraceerbaar. Het nieuwe nomadisme en het paradigma van de ambiguïteit kunnen de oude politieke machtsconstructies doen afbrokkelen, waarbij het digitale universum ontsnappingsroutes kan opleveren. Is het ‘dark web’ een kwantumrealiteit?
Dit debat kan geen winnaar of een verliezer hebben; er is niet één waarheid, één ‘pensée unique’, maar een veelvoud. Dat herformuleert een oud beginsel van de tolerantie en de relativiteit. Maar het is ook een waarschuwing aan het adres van de academische potloodslijpers, het vakjesdenken en verenigingen als SKEPP die jagen op ‘pseudowetenschappen’. Als God nog bestaat, zit hij aan de port en tapt vuile moppen. Waarmee we ook theologen en atheïsten met elkaar verzoend hebben. Groeten uit Knokke De Haan.
